
TransRockies 2010, het eindverslag
Eindelijk was het zo ver, 2 augustus. Na een half jaar consequent trainen, veel testen, voorbereiding en het nodige opzoekwerk uit verslagen van de vorige edities konden we de fiets in de koffer steken en ons richting Zaventem begeven. We hadden een goede vlucht, en ook onze bagage had de heksenketel van de stop in London Heathrow overleefd. Het was al bijna donker toen we in ons hotel aan Calgary airport aankwamen. We hadden nog een 2 tal dagen in Calgary voorzien om de jetlag te verwerken. In de locale bikehop wisten ze ons nog mee te geven dat onze banden goed moesten “corneren” en “oh yes, you’ll get rain up there in the Mountains”. We lieten ons niet van de wijs brengen…maar kochten toch nog een setje grove maxxissen.
Die avond nog vertrokken we met de pendelbus vanuit de luchthaven naar Fernie, het stadje waar 4 dagen later het startschot zou knallen. Het busje leek een rammelbak te zijn, er konden maar drie fietsen in “the boot”, de rest stond in de middengang. Van het meereizende gezelschap van Oostenrijkers, Duitsers en Engelsen was hun vlucht blijkbaar pas aangekomen. Ze waren nog redelijk murw dus veel praats kregen we dan niet van die mannen. Het was al na 1 uur toen we aankwamen aan “Red tree lodge”, en blij dat we waren want onze Slovaakse buschauffeur vlamde gelijk alleen Slovaken kunnen vlammen denk ik.. Brrr.
Pas de volgende morgen zagen we hoe mooi de omgeving daar was, en meteen vlogen we er in om de fietsen te monteren. Op de GPS had ik enkele ritjes gezet van een Fernie-er met veelzegende omschrijving: training TransRockies 2010 en weinig zeggende “hyperventilation” en “swine flue”.
Laat ons starten met “hyperventilation” zei ik nog tegen Skelle, “zal wel goed zijn om de laatste restjes jetlag weg te werken” en we begonnen te klimmen en het werd steiler en af en toe moesten we er toch even af om op adem te komen (lees de hartslag laten zakken beneden de 95% MaxHr). Zo deden we een eerste klimmetje van dik 400hm… en we waren geen 5 km weg.
Eenmaal boven genoten we van het prachtige uitzicht, zeker met het mooie weer. Het is ook op dat vieuwpoint dat we Ola en Frederik tegenkwamen, twee Noorse masters en vanaf dat moment onze TransRockies soulmates, zou later blijken. “Oef, we zijn boven” zeiden we, “ja, dat was de eerste klim van de tijdrit van zondag “antwoorden de Noren. “Zijn jullie al naar beneden gereden?” Aan hun toontje hoorden we dat daar iets schorte. “Dat zijn we nu van plan.” “Ok, we gaan mee, maar ,let op waar je uit het bos komt want daar heeft Frederik al een flinke duik gemaakt.” We zetten de eerste afdaling in, en nog wat onwennig dokkeren we over wortels stenen en vooral veel losliggende schotter. Enkele bunny-jumps over omgevallen boompjes en met gloeiend hete remmen komen we 500 hm lager eindelijk op een gravelroad. De rest van de toer was een afwisseling van singles, gravel, wortels en af en toe een north-shore. (een knuppelpad noemt dit hier). We zijn toch hier en daar al eens geweest in ons mountainbike carrière, maar de afwisseling in dit toerke hadden we toch nog nooit gezien. Laten we ons niet al te veel vermoeien zei Skelle, en we keerden hotelwaarts.
We hadden intussen een vriendelijk thais restaurantje gevonden waar we gezonde rijst en deegwaren konden eten, inderdaad, met de opbouw van de koolhydraatreserves waren we ook al bezig.
De volgende dag gingen we eens Swine-Flue verkennen, na eerst nog even over Hyperventilation te hebben gereden (alle onderhouden tracks hebben hier blijkbaar klinkende namen). Het ging al veel vlotter en de hartslag begon nu ook een beetje z’n manieren te gebruiken. Dit was een goed teken. Jammer dat we op Swine-Flue de verkeerde richting starten waardoor we ondervonden wat ze hier bedoelen met hike-a-bike, omhoog stappen met de fiets dus. We zouden dit in de race nog wel moeten doen. De afdaling was weerom super, zij het wat rollender en minder technisch. Halverwege ontmoeten we een vriendelijke Fernie biker, die blijkbaar het onderhoud van de tracks coördineert. Toen ik zijn bearspray opmerkte en hem vroeg hoe deze te gebruiken, antwoorde hij:”it’s easy when you are in team, when the bear attacks, spray your teammate and run…..” Canadese humor,… “Laat ons niet al te veel vermoeien” zei Skelle en wijselijk keerden we naar the Red tree lodge terug.
Later op de dag kwamen we enkele van de andere Belgen tegen. Eerst Wouter en Wesley van Granville-Trust team. Aan de bikeshop ontmoeten we Stefan en Tinneke, een mixed team uit Aalst en Thomas, die helaas zonder teammate zat. Fernie liep intussen lekker vol met bikers van overal.
Race day -1, “vandaag een rustig ritje” gebood Skelle, en gelijk had hij. Toch had ik veel goesting om eens serieus de streek te gaan verkennen. Verstand haalde het boven goesting. En we vertrokken naar Island Lake Lodge. Een rustige klim naar een pittoresk bergmeertje met een imposante lodge er naast.
Andy, de Heli-skië instructeur waar we later nog mee gingen optrekken en een vriendin van hem Babs zaten daar ook te rusten voor race-day. Eerst gingen we ons registreren, kregen elk een duffelbag waar alles die mee moest in kon en nog wat gadgets.
Die avond begon het te regenen, de briefing was maar net op tijd gedaan. We trokken het ons niet erg aan, en werkten een berg pasta naar binnen in de speciale all-you-can-eat pasta avond in de lodge.
Race day, tijdrit over 31km. Om de 30 seconden startte een team. Wij hadden onszelf opgegeven om ergens “halfway the pack” te starten. Dit parcours hadden we bijna helemaal verkend, maar door de overvloedige regen ging vooral het afdalen en de technische boomwortelstukken een stuk moeilijker dan verwacht. Misschien hadden we toch beter banden gewisseld… die Calgary fietsenmaker had het nog gezegd dat we die grove noppen gingen kunnen gebruiken…bij mij sloop de twijfel er een beetje in. We reden 3:41 over 31 km, en haalden de 33ste plaats op 47 teams in de open categorie. Dit kon en moest beter worden!! Na het afspuiten van de fietsen konden we kennis maken met het TR avondmaal. Het was lekker, en vooral veel. Die avond ontmoetten we nog Lieven en Jan van E-Crane team. Zij rijden bij de 80+. We gingen vroeg slapen in onze tent op het voetbalplein van FC “the champions” Fernie en ware het niet dat de sproeiers ’s nachts aansloegen om het veld te begieten we gingen een goede nachtrust hebben gehad.
Race day 2: Na een flink ontbijt stonden we om 8:45 klaar in startblok 2. Om precies 9:00 klonk het startschot en de meute was weg voor een vaarwel toertje Fernie en dan een lange gravelroad klim. We reden elk ons eigen tempo omhoog, en net voor de eerste bevoorrading had ik nog net de tijd voor enkele foto’s voor Skelle er al aankwam. Dit soort klimmen was meer ons ding, en we zagen dat we goed zaten. Daarna was het nog flink klimmen naar “Porky Blue” maar allemaal goed te doen.
Vanaf Porky Blue ging het op een “dubble diamant” afdaling 700 hm naar beneden aan een gemiddelde hellingsgraad van 19% over 4 km. Daar moesten we toch enkele locals voor laten gaan… mens, die mannen en vrouwen kunnen afdalen… De laatste 100 meter was zo gevaarlijk dat er tientallen rijders de dieperik in zijn gevolgen. Wij stapten wijselijk af. De laatste 15 km gingen over gravelroad op en neer en we haalden zeker nog 10 teams terug in. We reden 4:53 over de 71 km en eindigden op een verdienstelijke 26ste plaats… dat begon er al meer op te lijken, vond ik. Intussen deden Wouter en Wesley een gooi naar een podiumplaats en eindigden 3de in Sparwood. Vanuit Sparwood moesten we eerst nog een stukje met de bus tot in Elkford waar de tenten stonden opgeslagen. Na het eten en het podium volgde telkens een briefing van wat we gingen rijden de volgende dag. Er zat een flinke hike-a-bike in over een pas van 2.350 m. We kropen dan maar in bed om de beentjes de verdiende rust te geven.
Race day 3: Opnieuw een afscheidsrondje door Sparwood achter een flikkenwagen en dan alle hens aan dek voor de eerste 20 km gravelroad. Ik zette me op kop en trok zo een flinke groep mee op dit goedlopend stuk. Na de snelle bevoorrading veranderde het parcours in een technisch wortelpad van 20 km. Na een uitvoerige bevoorrading op check-point 2 konden we nog een paar km rijden. Vanaf dan volgden we een brandgang waar we een dik uur de fiets moesten duwen. Eenmaal bovengekomen hadden we een prachtig zicht over de vallei. De pas lag wel nog een 300 meter hoger en het laatste stuk was zo steil dat zelfs duwen moeilijk werd. Eindelijk zagen we het bordje “Continental divide” wat zoveel wil zeggen dat als Skelle aan de westkant plast, en ik aan de oostkant zijn pis uiteindelijk in de Stille oceaan terechtkomt en de mijne in de Atlantische. Zonder het te beseffen reden we hier terug Alberta binnen.
Skelle trok zijn armstukjes aan om 100 meter verder het voorwiel in een marmottenhol te rijden en sierlijk doch totaal onverwacht een prachtige buiteling te maken. Niks gebroken! En ook de fiets nog heel zetten we de afdaling in. Super maar af en toe moest ik er toch eens af. Het laatste stuk ging “rolling trail” naar beneden, en net voor Etherington Creek zat nog een venijnig klimmetje. Toen we aankwamen merkten we meteen dat het goed was, er stond nog niet veel volk. We reden en stapten 5:16 over de 65 km wat ons een 23ste plaats opleverde. Het werd almaar beter en de spirit zat goed. Het kamp in Etherington Creek lag mooi in een weide, tussen de bossen en overal ver vandaan… Dit is waarvoor we zijn gekomen dachten we. De crew en de volgkaravaan had 250 km om moeten rijden om daar te geraken. Hierdoor moesten we even wachten op de douche truck. Onze Noorse vrienden deden het intussen uitstekend bij de masters. Zij ariveerden telkens een 15 tot 20 minuten eerder dan ons. Het team van Stefan en Tinneke uit Aalst reed z’on beetje rond ons in het pack, wat hen een verdienstelijk klassement oplevert in de mixed categorie. Ook het E-crane team was er nog altijd bij en hadden het zeer naar hun zin.
Martijn en Petra de sympathieke Nederlanders van Team Nijmwegen bezetten intussen de 6 de plaats bij de mixed.
Race day 4: Tijd om aan het serieuze werk te beginnen… 2050 hm in 60 km. “All rideable on the middle ring” kondigde de parcoursbouwer aan. Graag hadden wij eens die mens z’n middle ring gezien want wij moesten toch heel regelmatig op de granny (kleinste voorplateau) naar boven. De eerste 45 km van deze rit kregen we een prachtige afwisseling van singletrail en gravel voorgeschoteld alsook de 2000 hm. De laatste 15 km gingen over een halve beek waar ze enkele dagen ervoor enkele duizend koeien hadden doorgejaagd. 15 km kniediepe modder. We wilden het materiaal enigszins sparen want we hadden al enkele teams gezien met afgebroken derailleurs. Wij konden de schade beperken tot een gebroken kettingslotje. Ook onze vrienden van Granville-Trust bleven niet gespaard van materiaalpech en moesten de laatste 10 km al lopend afleggen. Een fietsbril lichter L, en 10kg modder zwaarder bereikten we een rivercrossing waar we een deel van de ballast konden afspoelen en de ketting een laatste keer konden smeren. Van daar was het nog 5km over gravelroads naar de finish. Het moddergedeelte had ons achteruitgeslagen en we eindigden maar 30ste in 5:51 over 60km. Intussen bleven we wel vooruitgaan in het klassement want we stonden na dag 4 op plaats 26. Alsof de rijders nog niet genoeg gestraft waren kregen we nog een pletsbui van een uur over het kamp. Vlug gaan douchen dacht ik, nu komt toch niemand buiten en inderdaad… plaats genoeg. Van de nood een deugd maken noemen ze dit.
Race day 5: Zou het daar naar boven zijn morgen had ik me al afgevraagd terwijl ik keek naar een steil pad dat van het kamp wegdraaide. Inderdaad, zo bleek op de briefing en allemaal rideable on the middle ring. Toen het startschot klonk wilde ik toch eens weten wat ik waard was en klom met een groepje mee naar boven… er kwamen er weinig voorbij. Thomas zag ik wel passeren. Eenmaal bovengekomen even achterom gekeken waar Skelle was. Even gewacht en daar kwam hij al. Veel kleur had hij niet meer. Hij kwam de man met de hamer tegen en had het moeilijk in de modderige omstandigheden. Gelukkig werd het pad door boer Billy’s weide na de onvermijdelijke hike-a-bike een stuk aantrekkelijker. We kwamen nu in open veld en het ging gezwind op en neer. Skelle propte zich aan iedere bevoorrading vol maar de poer kwam maar niet. Intussen waren we in Kananaskis gebergte, “the foothills” van de Rocky Mountains. Een adembenemende streek.
Het laatste stuk voor de diepe rivercrossing (tot aan ons middel door de “Elbow river”) was een “rolling downhill”, zeer leuk ware het niet van de knikkergrote hagelstenen… Toch even het regenvestje aangetrokken! Na de rivier ging het nog enkele kilometer over gravel naar “Little Elbow” kamp. We kwamen binnen op plaats 30 en reden 5:56 over 54km. Het weer was nu definitief omgeslagen. De kampplaats was mooi gelegen maar de de regen verbrodde het zicht. Dat beloofde voor de volgende dagen. “Queensstage” was het woord op de briefing. 72 km en in het totaal 2.250 positieve hoogtemeters te gaan over een pas op 2.200 meter. We maakten er, na een stevig avondmaal en wat keuvelen met de Noren een vroege nacht van.
Race day 6: Als we in startblok 2 aan het wachten waren op het startschot zagen we letterlijk en figuurlijk de bui al hangen. Het parcours zou er drassig bijliggen en we starten meteen in de regen. De ondergrond leek nogal mee te vallen, en ik merkte onmiddellijk dat Skelle zijn off-day van gisteren verwerkt had. We gingen meteen goed door op de 1ste klim van 400hm. Op de gravelroad daarna haalden we nog enkele teams bij. Aan de gezichten zag je meteen dat de kou en de regen aan iedereen zat te vreten. Ook wij waren gestart met regenvestjes maar waren tegen checkpoint 1 op 23km drijfnat. “Eten Skelle, alles wat je binnenkrijgt” zei ik, “ we gaan het nodig hebben”. Vooral die jellybears met honingsmaak gingen goed binnen in dit koude weer. In de laadruimte van de bevoorradingstruck stonden verschillende teams vuilniszakken te versnijden om er extra vestjes van te maken… Een locale bikster was aan het foeteren tegen de verantwoordelijke: “you can’t send people over Jumpingpound Ridge in this conditions”. “Je kan naar C.P. 2 rijden langs de gravelroad” antwoorde hij “maar dan zal je gepenaliseerd worden. Gelukkig kenden wij deze “ridge” alleen van het hoogteprofieleke dat we hadden gezien. We stonden er niet al te lang bij stil. “Wat denk je Pascal (Skelle wordt Pascal als het wat serieuzer moet) gaan we ervoor” vroeg ik. Meer dan van ja knikken deed hij niet en ik dacht iets te horen van “geen” en “mietjes” “Laten we samen op een gezapig tempo naar boven rijden, de hartslag er in houden, en niet stoppen” zei ik nog net voor we vertrokken. Het was een adembenemende klim, jammer van het weer, maar het pad was subliem. Af en toe keken we elkaar aan en zagen dat het goed ging. Enkele keren ça va?, euh, ja ça va? waren de belangrijkste woordenwissellingen. We reden samen met de zusjes Scallion naar boven, zij waren het op de 2de plaats gekwalificeerde damesteam. Eenmaal boven stonden zij plots op kant. “Everything all-right” vroegen we nog, “yes, go ahead” antwoorden ze. Wij begonnen nu op de “ridge” te rijden, het ging wat op en af, en het was redelijk technisch. “Blijven rijden Pascal” riep ik, maar met de harde wind hoorde hij dit waarschijnlijk niet. Het was er 5°C en het zicht was hooguit 30 meter. Opnieuw stond een team op kant, een van de kerels van het mastersteam “Tinhorn Creek” was z’n schoenplaatje kwijt. Binnen de 30 seconden toverde Skelle een Shimano schoenplaatje uit z’n rugzak en ook die mannen konden verder. Eerst daalden we een 300 helse meters af, om daarna weer te klimmen naar 2.200 meter. Daarna ging het 700 meter omlaag op één van de mooiste afdalingen van de TR. Na een stukje slechtlopende gravelroad bereikten we C.P. 2. Het eerste wat we zagen waren de Granville fietsen van Wouter en Wesley. In een hermetisch afgesloten tentje stonden zij zich samen met nog 20 bike(ste)rs met ontblootte lijven op te warmen voor een brander. “Go in if you want” zei de vriendelijk medewerkster van de bevoorrading. Neen zeiden we in koor, dan geraken we niet meer op de fiets. Vlug nog een handvol jellybears binnenproppen en weg was Teamskelle. Het ergst hadden we gehad, gewoon nog 23 km wat op en af over single -en dubbeltrack. De regen was nu over, en aan het stuwmeer kwam de zon er even door…het was hellaas niet voor lang. “Rodania, Rodania,…” hoorden we plots achter ons. Dat het geen opgevers waren, dat wisten we van Wouter en Wesley. Na een uurtje in de tent verkozen ze alsnog verder te rijden, iets wat velen hen niet hebben nagedaan. We arriveerden behoorlijk “choco” in wielertaal na 6:59:43 rijden aan de finish op Rafter six Ranch. We deden een goede zaak want we haalden hiermee een 21ste ranking voor dag 6. Alle teams die niet de volledige route hadden gereden kregen een straftijd van 3:00 boven op hun dagtijd. We stegen naar een 22ste plaats in het klassement. De zusjes Scallion hadden ook een schort-cut genomen vanaf het punt waar we hen achterlieten. Het jongste zusje is volledig onderkoeld aangekomen op C.P.2 en wegegvoerd voor verzorging.
De Tinhorn Creek biker was onze geste niet vergeten, en bedankte met een fles wijn en elk een biertje. Het was het eerste van de week. De wijn bleef verstandig dicht.
Moe maar zeer tevreden trachten we alsnog wat kleren te drogen, onze natte boel wat te herschikken en op tijd naar bed. Morgen was de laatste rit, een makkie over 46km, met slechts 1.350 hoogtemeters.
Race Day 7: Iedereen stond goedgeluimd aan de start, het weer was opengetrokken en de finish in Canmore lag in het zicht en in de zon, lieten we ons vertellen. De start was snel en bollend met een stukje tegen de rijrichting op de pechstrook van de Trans Canada Highway. Met de Noren vomden we een groepje en legden er de pees op. Na 5 km draaiden we een singletrack op die we niet meer hebben verlaten tot de finish in zicht kwam. Het ging op en neer, rotsen hier, wortels daar, een paar trappen op en weer naar beneden… 40km aan een stuk. We moesten enkele technisch beter rijders laten passeren. Op Rafter Six Ranch hadden ze zelf de catering gedaan… heel wat minder dan we gewoon waren… er werd al gemopperd door die cowboy omdat we een 2de keer aanschoven en eigenlijk kregen we niet genoeg voor rijders die op dag 6 zeker 5.000 Kcal verbrand hadden. Ik voelde het al na een uurtje, dit was mijn off-day. Prut in de benen, geen hartslag, technisch niet goed bezig. Skelle daarentegen ging vlot en ik moest “verd$@#me” bijten om mee te kunnen. Die Cola op C.P. 2 heeft gesmaakt, onbeschrijfelijk. Ik had weer wat kracht en het was niet ver meer… toch leek het eindeloos. Plots de singletrack uit, en 200 meter verder lag de finish all. “Two Belgians are comming in” riep de commentator en Skelle en ik reden met de handen in elkaar over de finish. We hadden het gehaald, we waren nog heel, en we hadden genoten. Alle prut, cow-shit, hagel en regen was direct vergeten,… er ging een amicaal sfeertje, “everything has been great and vooral awsome. We werden die dag toch nog 23ste en eindigden 21ste in het einklassement. Dit was beter dan we hadden verwacht.
De TransRockies is een unieke ervaring. De organisatie is top. Je rijdt door buitengewone landschappen over de mooiste trails die er zijn. Dagen aan een stuk zie geen enkele menselijke activiteit en je wordt één met de natuur.
Een degelijke voorbereiding is een must. Je moet vooral voldoende getraind zijn. Ik had te doen met de teams die elke dag tegen de tijdslimiet van 9:00 uur aankwamen. Zij moesten dan nog douchen, fietsen kuisen en eten en zo wordt het wel zeer lastig. Train veel op duurritten maar laat zeker niet na je techniek bij te schaven. Regelmatige intervaltraining doet veel goed voor je recuperatie. Het materiaal moet top zijn, en je moet vooral je fiets goed gewoon zijn. Met zwaardere endurofietsen daal je misschien comfortabel af, maar het klimmen wordt o zo lastig. Een goede xc fully lijkt mij de beste optie. Neem voldoende reservemateriaal mee. Aan de standjes met fietsenmakers was alles schandalig duur. Zorg voor goede kledij en vele lagen. Het weer is onvoorspelbaar in de bergen. Wij waren zeer tevreden van onze “No drugs” pakjes. De zemen zijn super en de kledij zit als gegoten.
Bemerkingen:
De 29er is in Canada volledig ingeburgerd. Naar verluid bollen deze uitstekend over wortels en stenen.
Chapeau voor het mixed team 29er singlespeeders. Recht op de pedalen omhoog en trappen als gekken als het naar beneden gaat.
Chapeau voor het team met de tandem. Hoe zij gedraaid geraakten op de korte “swich-backs” blijft mij een raadsel.
Hoe die mannen met hun XX compact op die KTM fietsen het er vanaf hebben gebracht weet ik niet, maar ik had een 22 – 32 dikwijls van doen. Skelle had zelfs een 34 cassette liggen.
Met onze tubeless gelegde normale Geax banden 2.2 met no-tubes er in hebben we nooit lek gereden. We hadden 1.8 bar vooraan en 2.0 bar achteraan.
Er zijn voldoende bevoorradingen dat je met 1,5 liter in je Camelback en een bidon gemakkelijk toekomt. Gebruik liever wat ruimte voor een derailleurpad, een schoenplaatje en extra kledij.
Filip




Comments
Merci, teamy, voor het levendig verslag. Tof om details te lezen die ik zelf bijna vergeten was. Wat ben ik trots op onze prestatie en blij met deze ervaring. Bedankt om met me de TransRockies op ons palmares te zetten. Ik heb af en toe gevloekt op je vlotte tred, maar je bent een flandrien van de bovenste plank. It was AWESOME, middle ring forever ;-)
Skelle
PS tof dat alle bikers die we tegenkwamen hier zijn vernoemd. Groeten aan elk die zich herkent!
Ted & Sandy on the tandem, you were amazing :-)
Dit hoorden we elke ochtend net voor de start: "Hiiiiighway To Hell" !!
If you're going through hell, keep going - Winston Churchill
Eindeloos respect mannen!
Vree leuk verslag
Spontane zin om in te schrijven voor de volgende editie :-)
Sjiek ze! Proficiat!
Doen, de X editie beloofd iets speciaals te worden...
Zeer leuk om het eindverslag te lezen.
Respect heren!
heren,
dat jullie tijd hadden voor al die mooie foto's en het leuke verslag. Zeker omdat het 'all rideable' was? :-)
Het was ons een bijzonder genoegen met jullie opgetrokken te mogen hebben.
Tot in de Ardennen of iets anders naar keuze.
Vriendelijke groet,
Martijn [Nijmegen]
Hey Martijn,
all rideable on the middle ring, awesome! :-)
Ik heb uit goed bron vernomen dat jullie terug zijn ingeschreven voor TR 2011, goed gek zijn jullie!
Jullie waren super fijn gezelschap daar in de barre rockies. Veel respect voor jullie prestatie ook. We hebben af en toe geprobeerd jouw en Peet wat competitie te bieden maar het mocht niet zijn. Team Nijmegen was ons steeds voor :-)
Tot een dezer!
Pascal
PS www.herdermarathon.be CU there in 2011?
Hello Pascal,
Tja, de verleiding was te groot. Het fietsen thuis viel zo tegen [nog steeds trouwens], dat we een nieuwe uitdaging nodig hadden. De korting en de 10e editie trokken ons al gauw over de streep. We hebben er al weer zin in.
Onze teamnaam voor volgend jaar is Team Nijmegen (IAR). Mag jij raden waar dat voor staat? :-)
Nogmaals bedankt voor het super gezelschap en de complimenten. Heb bijzonder van het gezelschap genoten.
Bovendien weet ik dat jullie ons voor waren gebleven, maar gelukkig hebben jullie wel foto's genomen onderweg. :-)
Zij gegroet en tot later.
Martijn
Thanks for the college essay example! It was really helpful
Bedankt voor een interessante publicatie resume writers
This what it really means to have a good rest.
Geef jouw commentaar